Conny Janssen over BROOS

Waar haalde Conny Janssen haar inspiratie voor BROOS vandaan? Hoe geeft zij betekenis aan de “broosheid” van verschillende levensfases in de nieuwe voorstelling? Dit en meer vroegen we aan de choreografe en artistiek leider. 
Tekst: Astrid van Leeuwen / Foto’s: Andreas Terlaak

Er werd thuis niet over gesproken. Over het grote trauma dat haar moeder met zich meedroeg. ‘Ze is in Amsterdam geboren, verhuisde op haar derde met haar moeder en broer naar Rotterdam, groeide vanaf toen zonder vader op. Hij – mijn opa – kwam, toen zij 12 was, om tijdens het bombardement op Rotterdam, niemand weet zelfs maar waar hij begraven ligt. Haar broer werd kort daarop weggevoerd. Hij werd in de kampen tewerkgesteld en kwam nooit meer terug. En ook haar moeder – mijn oma – is vroeg gestorven. Mijn moeder is een verlaten kind. Het voelt alsof er een gat in haar is dat niet te vullen is. Als kind voelde ik altijd wel dat er ‘ergens iets speelde’, maar de verhalen kwamen pas veel en veel later. Ik was daardoor vooral een kind dat geen troubles wilde maken.’

‘De broosheid heeft, met andere woorden, altijd in mijn moeder gezeten, maar tegelijkertijd was – en is – ze knijtersterk. Ze is van een generatie die niet om hulp vroeg, nooit klaagde. Dat ze, hoewel ze daartoe absoluut de hersens had, nooit heeft kunnen doorleren, heeft ze bijvoorbeeld nooit als een frustratie gevoeld. Ze vond een baan als secretaresse bij Bank Mees & Hope en had het er prima naar haar zin.’

Sprankelende jonge vrouw
‘Bewust laat ik nu aan mensen die met mij voor haar zorgen foto’s van vroeger zien. Van toen ze 12 was, 20 of 30. ‘O, zag ze er toen zo uit, wow!’, zeggen ze dan. Ja, ook mijn moeder is een sprankelende jonge vrouw geweest, een meisje met dromen, dat verliefd werd, een gezin stichtte… Zij en al die andere ouderen waren ooit ook stomende jonge mensen.’

Met af en toe bijspringen van haar enige zus zorgt Conny inmiddels ruim zes jaar voor haar moeder. Ze is mantelzorger, casemanager, doet de boodschappen, de administratie, stuurt een steeds wisselend team van wekelijks zo’n twaalf tot vijftien studenten, vrijwilligers en verplegers aan, zodat haar moeder in haar eigen huis kan blijven wonen, liefst tot haar laatste ademzucht. ‘Het is een groot bedrijf erbij. Het is er nooit níet. Mijn moeder naar bijvoorbeeld de oorarts krijgen, is al een heel ‘ding’. Ze is angstig, durft de auto niet in, verstijft.’

‘Het is er nooit níet’

Sinds Conny’s vader in 2013 aan botkanker overleed, is de toestand van haar moeder snel verder achteruitgegaan. ‘Het laatste jaar van zijn leven maakte ze op mij een heel overspannen indruk. Logisch, ze was als een soort gevangene aan huis gekluisterd, zag haar man vreselijk lijden. Van zo’n situatie zou iedereen knettergek worden, maar achteraf denk ik: de dementie openbaarde zich toen al.’

Nadat Conny eerst haar vader ‘van een sterke beer in een wankel skeletje’ zag veranderen, ziet ze de laatste jaren haar moeder ‘almaar brozer en brozer’ worden. ‘Ze weegt nog maar 37 kilo, lijdt aan vasculaire dementie, door artrose en reuma doet alles zeer. Ze heeft geen tijdsbesef meer, geen besef van waar ze zich in de ruimte bevindt. Maar haar sociale intelligentie blijft. Mensen zijn haar sterke kant. Ze maakt nog steeds grapjes tegen de mensen in het restaurant waar we elke zondag samen eten.’

Compassie
Het was dramaturge Judith Wendel die Conny voorstelde om ‘iets met de situatie te doen’. ‘Op haar aanraden heb ik mijn moeder een tijd lang gefilmd. Onbewust was ik natuurlijk al langer met dat ‘iets’ bezig, maar Judiths opmerking heeft wel een eerste ‘luikje’ opengezet.’

Al zolang ze choreografeert zoekt Conny in haar producties naar ‘de menselijke kant’, maar, zegt ze: ‘Ik voel toch dat ik nu in een soort nieuwe stroom zit. Menselijkheid is altijd de basis van mijn werk geweest, maar de laatste tijd zoek ik, in producties als COURAGE, HOME en de remake van INSIDE OUT, naar andere beelden, kleuren, energieën. In plaats van te denken in afwisselende scènes zoek ik tegenwoordig naar lange lijnen. Meer dan om de passen gaat het mij nu om het ‘zijn’. Dat betekent voor de dansers dat ze niet op het podium staan alleen om mooi te dansen. Ik wil dat ze een interne noodzaak voelen, iets van zichzelf meenemen. Ze moeten iets te vertellen hebben.’

Meer dan om de passen gaat het
mij tegenwoordig om het ‘zijn’’

In de voorbereiding op BROOS heeft ze vooral veel met hen gesproken. Foto’s, stukken film, teksten, alles kwam op tafel om samen de diepte in te kunnen gaan. Een woord dat daarbij al gauw kwam bovendrijven – en inmiddels misschien wel de kern van de voorstelling is – was compassie. ‘Al je nu naar mijn moeder kijkt, met haar gerimpelde velletje, zie je een vrouw die niets meer zelfstandig kan, die dingen honderd keer herhaalt en die het besef van haar eigen lichaam volledig kwijt is. Maar heel af en toe zijn er die momenten waarop je een sprankje ziet van de jonge vrouw die ze ooit was, een glimp van haar guitigheid, haar humor en haar scherpte.’

Een van de vragen die Conny daarom met haar nieuwe productie wil opwerpen is: ‘Als we bij het kijken naar ouderen ook steeds de jonge vrouw of man blijven zien die zij ooit zijn geweest, zouden we dan meer compassie hebben?’ Als we verbinding maken met dat wat geweest is, kunnen we ook andere lagen in ons gevoel aanboren.’

Caleidoscoop
Een besef dat ook, zelfs bij haar jongste dansers, doordrong, is dat broosheid van alle leeftijden is. ‘Ook als hulpeloze baby ben je broos, wanneer je als meisje van twaalf borsten krijgt, wanneer je voor het eerst verliefd wordt, als jonge ouder of wanneer je dingen meemaakt waarvan je denkt ‘hier kom ik nooit overheen’.’ BROOS gaat over al die levensfases. ‘Je zou het een caleidoscoop van het leven kunnen noemen.’

In haar productie schetst Conny als het ware drie werelden: ‘De wereld van de jongeren, van het aanstormende, vertolkt door de jongste dansers in de groep. Daarnaast een wereld waarin het hele oude en het hele jonge elkaar afwisselen, en de wereld van het nu, waarin je in de kracht staat van wie je bent. Ik schets dus geen chronologische lijn van jong naar oud, de levensfasen lopen door elkaar heen, zijn vaak verenigd in een en dezelfde danser. Met de dansers met wie ik al langer werk heb ik intensief aan die fysieke transformaties gewerkt. Hoe beweeg je je als peuter wanneer je spieren nog niet volop ontwikkeld zijn, wat doet het met je schouders, je ruggengraat, je spieren wanneer je lijf door ouderdom langzaam maar zeker strammer wordt. Ik vraag de dansers hun eigen kind te bestuderen, mensen op straat, hun opa of oma. Ook zoek ik naar hoe die verschillende werelden zich tot elkaar verhouden, hoe ze elkaar beïnvloeden, elkaar kleuren.’


Troost en lucht
Is BROOS een eerbetoon aan haar moeder? ‘Dat weet ik niet. Misschien dat ik daar later iets over vind. Tijdens het creëren ontstaan er altijd dingen die je van tevoren niet had voorzien. Toen ik MIRROR MIRROR maakte, was ik er niet bewust op uit om naar mijn vaders overlijden te verwijzen, pas achteraf besefte ik bij sommige scènes: goh, ja, dat heeft met mijn vader te maken.’

Wat Conny bewust níet meeneemt de repetitiestudio in, is de enorme frustratie die ze dagelijks voelt. ‘Het zwarte, het donkere, het jankende besef dat ik dít, dit leven niet meer wil. Let wel, ik houd zielsveel van mijn moeder, wil absoluut nog niet zonder haar, maar ik wil haar dat enorme lijden besparen, haar niet continu in zo’n mensonterende situatie zien.’

Mensen vragen haar vaak hoe ze het voor elkaar krijgt: én zo intensief mantelzorger zijn én voortdurend nieuwe producties creëren. ‘Ik kan dat zorgen juist omdát ik het grote geluk heb dat ik kan creëren, omdat ik een tegenklank kan geven aan het verstikkende, het claustrofobische, aan het gevoel dat ik als het ware opgevreten wordt. Met BROOS geldt dat misschien nog wel in sterkere mate. Het geeft troost en lucht om de pijn om te zetten in iets anders, iets scheppends. BROOS wordt dan ook zeker geen ‘zware’ voorstelling, alleen bedoeld voor oudere mensen. Het wordt juist een heel fysieke, vitale productie, ontwapenend, humoristisch soms ook. Broosheid is immers niet alleen maar negatief. Het betekent ook dat dingen bij je binnenkomen en dat je daarmee als mens iets kunt aanvangen. Je hebt die breekbaarheid met andere woorden nodig om te groeien, om je te ontwikkelen.’

BROOS is van 12 januari t/m 11 mei 2019 te zien in maar liefst 46 theaters in Nederland.
Lees hier alles over BROOS, check tourdata en bestel tickets

‹ Terug
NL